ECLI:NL:CBB:2002:AE8709
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking taxivergunning
Verzoekster, een taxibedrijf, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat om haar taxivergunning in te trekken met ingang van 14 oktober 2002. Zij verzocht het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster tot zeven weken na de beslissing op bezwaar taxivervoer mocht blijven verrichten, waardoor er onvoldoende spoedeisend belang was voor een voorlopige voorziening. De tijdelijke aard van een voorlopige voorziening zou niet verder reiken dan hetgeen reeds was toegestaan.
Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werden geen kosten aan een van de partijen opgelegd wegens de kennelijke ongegrondheid van het verzoek. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2002.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de taxivergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.