ECLI:NL:CBB:2002:AE9932
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten in horecagelegenheid
Verzoekers exploiteren een horecagelegenheid bestaande uit een discotheekgedeelte en een cafégedeelte, waarvan zij stellen dat het cafégedeelte een hoogdrempelige inrichting vormt waarvoor een vergunning voor kansspelautomaten verleend zou moeten worden. De burgemeester heeft de vergunning geweigerd omdat de gehele inrichting als laagdrempelig wordt beschouwd, mede omdat het publiek jonger dan 18 jaar betreft en de activiteiten niet gescheiden zijn.
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen, stellende dat het cafégedeelte een zelfstandige horecalokaliteit is met een afsluitbare toegang en gericht op volwassenen. De voorzieningenrechter overweegt dat het financiële belang van verzoekers onvoldoende is onderbouwd en dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat het standpunt van de burgemeester onjuist is.
De rechter constateert dat de inrichting feitelijk één geheel vormt met twee zalen, waar ook muziek en dansactiviteiten plaatsvinden, hetgeen niet voldoet aan de criteria voor een hoogdrempelige inrichting. Ook is onduidelijk of het cafégedeelte een afsluitbare toegang heeft en of de activiteiten zich richten op personen van 18 jaar en ouder.
Gelet op deze feiten en de juridische toetsing wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt afgewezen.