ECLI:NL:CBB:2002:AE9945
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake vergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Verzoeksters hebben een vergunning aangevraagd voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten in hun horecagelegenheid te 's-Gravenhage. De burgemeester heeft deze aanvraag afgewezen omdat de inrichting kwalificeert als laagdrempelig, waarvoor de Wet op de kansspelen geen vergunning toestaat.
Na bezwaar en een advies van de Adviescommissie bezwaarschriften is het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd. Verzoeksters hebben vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen, zodat de automaten konden blijven staan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster sub 1 als exploitant een direct belang heeft, maar dat verzoeker sub 2 als bedrijfsleider slechts een afgeleid belang heeft en niet ontvankelijk is. De voorzieningenrechter stelt dat de wet geen ruimte laat voor belangenafweging bij laagdrempelige inrichtingen en dat verzoekster onvoldoende heeft gesteld om het standpunt van verweerder te betwijfelen.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en verzoeker sub 2 wordt niet-ontvankelijk verklaard. Er worden geen kosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en één verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard.