ECLI:NL:CBB:2002:AF0513
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van voorrangspositie SEP bij toewijzing grensoverschrijdende elektriciteitstransportcapaciteit
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft bezwaren van appellanten tegen het besluit van de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie (DTe) om in de Netcode een voorrangspositie toe te kennen aan SEP bij de toewijzing van grensoverschrijdende transportcapaciteit voor elektriciteit. Deze voorrang vloeit voort uit langlopende importcontracten die SEP heeft gesloten in de periode dat zij een taak van algemeen economisch belang vervulde onder de Elektriciteitswet 1989.
Appellanten betogen dat deze voorrangspositie discriminerend is en strijdig met het discriminatieverbod in de Elektriciteitsrichtlijn en de Elektriciteitswet 1998, alsmede met diverse artikelen van het EG-Verdrag. Verweerder stelt dat de voorrang gerechtvaardigd is vanwege de bijzondere publieke taak die SEP destijds had en de noodzaak om bestaande contractuele verplichtingen na te komen. De zaak raakt aan de vraag of artikel 86, tweede lid, EG een rechtvaardiging biedt voor de voorrang en of deze proportioneel is.
Het College concludeert dat de bepalingen in de Netcode een kwantitatieve beperking van de invoer vormen, maar dat de vraag of deze beperking gerechtvaardigd is onder artikel 86, tweede lid, EG en verenigbaar is met het discriminatieverbod uit de Elektriciteitsrichtlijn, nog onduidelijk is. Daarom verzoekt het College het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de rechtmatigheid van de voorrangspositie en de reikwijdte van het discriminatieverbod in artikel 7, vijfde lid, van de Elektriciteitsrichtlijn.
De zaak betreft complexe aspecten van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt, de overgang van een gereguleerde naar een geliberaliseerde markt, en de bescherming van langlopende contractuele verplichtingen die voortvloeien uit een publieke taak. Het oordeel van het Hof zal richtinggevend zijn voor de wijze waarop overgangsregelingen en bestaande contracten worden behandeld binnen het kader van het Europese mededingings- en energierecht.
Uitkomst: Het College houdt de beslissing aan en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de rechtmatigheid van de voorrangspositie van SEP bij toewijzing van grensoverschrijdende transportcapaciteit.