ECLI:NL:CBB:2002:AF1178
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over premieaanvraag vanwege onjuiste motivering oormerken
Appellante diende een aanvraag in voor premie voor 69 zoogkoeien, waarvan slechts 51 werden toegewezen vanwege het niet tijdig aanbrengen van oormerken op 18 dieren. Verweerder stelde dat de oormerken uiterlijk op 31 januari 2001 waren ontvangen en dat er drie werkdagen waren om deze aan te brengen vóór de controle op 6 februari 2001. Appellante voerde aan dat ontvangst van de oormerken pas uiterlijk op 2 februari 2001 had plaatsgevonden en dat bijzondere omstandigheden, zoals het gevaar van het alleen aanbrengen van oormerken en afwezigheid van hulp, een latere aanbrenging rechtvaardigden.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de oormerken op 31 januari waren ontvangen en dat het uitgangspunt van drie werkdagen onjuist was. Daarnaast was de motivering van verweerder tegenstrijdig en ontbrak een kenbare motivering over de toepassing van werkdagen versus kalenderdagen. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het College bepaalde dat verweerder opnieuw op de bezwaren moet beslissen met inachtneming van de uitspraak en veroordeelde de Staat tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het College vernietigt het besluit en bepaalt dat verweerder opnieuw op de bezwaren beslist.