ECLI:NL:CBB:2002:AF1200
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtmaatregel wegens vermeende schending geheimhoudingsplicht door registeraccountant
Bij brief van 11 mei 2001 dienden klagers een klacht in tegen appellant, registeraccountant, wegens vermeende schending van zijn geheimhoudingsplicht. De raad van tucht verklaarde de klacht gegrond voor het punt dat appellant had meegewerkt aan het terhandstellen van een rapport aan een derde en legde een schriftelijke waarschuwing op.
Appellant stelde in beroep dat de raad van tucht buiten de klacht was getreden door dit punt te beoordelen, terwijl dit niet in de oorspronkelijke klacht was opgenomen. Tevens stelde appellant dat hij niet had ingestemd met het verstrekken van het rapport aan de crediteur, wat werd ondersteund door een brief van de curator.
Het College oordeelde dat de raad van tucht het verdedigingsbeginsel had geschonden door appellant niet de gelegenheid te geven zich op dit punt voor te bereiden. Verder stelde het College vast dat het rapport zonder medeweten of toestemming van appellant aan de crediteur was verstrekt. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de tuchtmaatregel vernietigd en de klacht ongegrond verklaard.
De beslissing berustte op de Wet op de Registeraccountants en de Gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994. Het College wees erop dat het beginsel van rechtszekerheid speelt bij de beoordeling van klachten die lang na het vermeende handelen worden ingediend.
De uitspraak werd gedaan door de leden Verwayen, van der Ham en Aerts op 19 november 2002.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de tuchtmaatregel wegens schending van de geheimhoudingsplicht wordt vernietigd.