ECLI:NL:CBB:2002:AF1547
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing toekenning pluimveerechten op grond van hardheidsgeval 1 Meststoffenwet
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarbij haar bezwaar tegen de afwijzing van een verzoek om extra pluimveerechten op grond van hardheidsgeval 1 werd ongegrond verklaard. De kern van het geschil betrof de vraag of de grondgebonden mestproductierechten van een akkerbouwer, beoogd in een maatschap met appellante, konden worden betrokken bij de berekening van de pluimveerechten.
De feiten wezen uit dat appellante een milieuvergunning had voor een pluimveehouderij met een uitbreiding tot 110.928 legkippen, maar dat haar mestproductierechten slechts ruimte boden voor het oude aantal kippen. Appellante had een samenwerkingsverband met een akkerbouwer beoogd om grondgebonden mestproductierechten te verkrijgen, maar de maatschapsovereenkomst was op 6 november 1998 nog niet definitief gesloten.
Het College oordeelde dat de maatschap niet tijdig was aangegaan en dat de grondgebonden mestproductierechten van de akkerbouwer daarom op de peildatum 5 november 1998 niet tot het bedrijf van appellante behoorden. Hierdoor kon geen toepassing worden gegeven aan hardheidsgeval 1 die tot een gunstiger berekening zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van extra pluimveerechten wordt ongegrond verklaard.