ECLI:NL:CBB:2002:AF1548
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over hardheidsgeval bij pluimveerechten wegens onjuiste interpretatie en procedurefouten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin werd bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor toepassing van hardheidsgeval 1 van de Meststoffenwet, ondanks dat hij meent dat zijn milieuvergunning ziet op een vergroting van het aantal te houden vleeskuikens. Het geschil draait om de uitleg van artikel 58k, eerste lid, aanhef en onder a, van de Meststoffenwet en de vraag of een deel van de oude vergunning van rechtswege is vervallen wegens onderbezetting.
Het College constateert dat verweerder het besluit heeft genomen zonder appellant in kennis te stellen van een belangrijke brief van de gemeente die relevant was voor de beoordeling, wat in strijd is met het hoor en wederhoor-beginsel. Daarnaast heeft verweerder de wet onjuist geïnterpreteerd door uit te gaan van een vergelijking tussen het aantal dieren op basis van de revisievergunning en het aantal dieren op basis van de oude vergunning, terwijl het moet gaan om een vergelijking met het feitelijk gehouden aantal dieren in het referentiejaar.
Het College vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder om opnieuw te beslissen met inachtneming van de juiste uitleg van de wet en de juiste procedure. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant en wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Minister wordt vernietigd met veroordeling in proceskosten.