ECLI:NL:CBB:2002:AF2598
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verlaging tegemoetkoming varkenspestbesmetting wegens niet-melding aan I&R-bureau
Appellant werd geconfronteerd met een besluit tot doding van varkens op zijn bedrijf vanwege besmetting met klassieke varkenspest, gevolgd door een verlaging van de schadevergoeding met 35% wegens het niet tijdig melden van aanvoer van varkens aan het Identificatie- en Registratiebureau (I&R).
Het College stelde vast dat de besmetting op het bedrijf van appellant was vastgesteld op basis van klinische symptomen en laboratoriumuitslagen, en dat het besluit tot doding en vernietiging van dieren en producten rechtmatig was genomen. De verlaging van de tegemoetkoming werd gebaseerd op overtredingen van de meldplicht, waarbij appellant drie keer de aanvoer van varkens niet had gemeld.
Appellant voerde onder meer aan dat de verlaging een administratieve boete betrof, dat het stelsel van verlagingen niet in overeenstemming was met het evenredigheidsbeginsel en dat de meldplicht niet correct was toegepast. Het College verwierp deze grieven, oordeelde dat de meldplicht essentieel is voor effectieve bestrijding van de ziekte en dat de verlaging in redelijkheid was vastgesteld.
Het College benadrukte dat de verlaging niet punitief is maar een risicoverdeling tussen overheid en veehouders, en dat het niet melden het risico op verspreiding van de ziekte verhoogt, ongeacht of daadwerkelijk verspreiding heeft plaatsgevonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de tegemoetkoming wegens niet-naleving van de meldplicht wordt ongegrond verklaard.