ECLI:NL:CBB:2002:AF3235
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- W.E. Doolaard
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herplantplicht en compensatie op grond van de Boswet
Appellant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een verzoek om een verklaring op grond van artikel 3, derde lid, van de Boswet. Verweerder had het bezwaar ongegrond verklaard omdat appellant niet had voldaan aan de herplantplicht door onvoldoende beplanting op de oorspronkelijke grond en geen toestemming had voor compensatie op een belendend perceel.
Appellant voerde aan dat de staatssecretaris niet bevoegd was, dat hij aan de herplantplicht had voldaan door bomen op een belendend perceel te planten, en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. Het College oordeelde dat de staatssecretaris wel bevoegd was, dat de herplantplicht strikt geldt voor de grond waarop de houtopstand was geveld, en dat toestemming voor compensatie ontbrak.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder inmiddels had beslist. Het beroep tegen het besluit van 5 oktober 2001 werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De herplantplicht rust op de eigenaar, ongeacht diens kennis van eerdere vellingen, en het verzoek om compensatie moet tijdig en correct worden ingediend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 5 oktober 2001 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.