ECLI:NL:CBB:2002:AF3237
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit tot verdachtverklaring van dieren wegens mond- en klauwzeer afgewezen
Appellante, een maatschap, maakte bezwaar tegen het besluit van 1 april 2001 waarbij haar runderen en geiten verdacht werden verklaard van mond- en klauwzeer en waarbij maatregelen werden opgelegd. Na een bezwaarprocedure en aanvullende beroepsgrondslagen heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het beroep behandeld.
Het geschil spitste zich toe op de rechtmatigheid van het besluit tot verdachtverklaring en de vraag of de schadevergoeding die appellante ontving toereikend was. Het College stelde vast dat het besluit tot verdachtverklaring los staat van de schadeloosstelling en dat de wetgever deze processen bewust heeft gescheiden. Appellante had tegen het schadevergoedingsbesluit een apart bezwaar ingediend.
Het College oordeelde dat appellante geen gronden had aangevoerd die de rechtmatigheid van de verdachtverklaring zelf in twijfel konden trekken. De argumenten over onvolledige schadevergoeding konden niet worden meegenomen in deze procedure, omdat deze betrekking hadden op een ander besluit. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verdachtverklaring van dieren wegens mond- en klauwzeer wordt ongegrond verklaard.