ECLI:NL:CBB:2002:AF3238
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- J.L.M. Aerts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsgeval bij vaststelling pluimveerecht wegens ontbreken milieuvergunning
Appellante betwistte de hoogte van haar pluimveerecht en voerde aan dat zij investeringen had gedaan voor uitbreiding van haar pluimveebedrijf, waardoor zij in aanmerking zou moeten komen voor toepassing van hardheidsgeval 1 onder de Meststoffenwet. Dit hardheidsgeval geldt voor pluimveehouders die tussen 1 januari 1994 en 6 november 1998 onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan, aantoonbaar door een milieuvergunning of een melding op grond van specifieke besluiten in combinatie met een bouwvergunning.
Appellante had echter geen milieuvergunning aangevraagd of ontvangen, maar slechts een melding ingevolge artikel 8.19 van de Wet milieubeheer gedaan, welke volgens het College niet gelijkgesteld kan worden aan een milieuvergunning voor toepassing van het hardheidsgeval. De rechtbank overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor duidelijke en harde toetsingscriteria, zoals milieuvergunningen en meldingen onder specifieke besluiten, om rechtszekerheid te waarborgen.
De stelling van appellante dat zij onredelijk wordt benadeeld door de strikte toepassing van het hardheidsgeval en de vermeende onjuiste handelwijze van de gemeente Zundert werd verworpen. Ook een algemene hardheidsclausule is niet van toepassing, omdat een dergelijk amendement tijdens de parlementaire behandeling van de Wijzigingswet is verworpen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de wettelijke criteria voor toepassing van hardheidsgeval 1.