ECLI:NL:CBB:2002:AF3264
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procedurele verlenging toelating bestrijdingsmiddel Touchdown ondanks milieuoverschrijdingen
In deze zaak gaat het om het beroep van appellanten tegen het besluit van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen om de toelating van het middel Touchdown procedureel te verlengen tot 1 augustus 2003. Appellanten stelden dat het middel op vijf onderdelen niet aan de toelatingsnormen voldoet en dat de procedurele verlenging daarom niet geoorloofd is. Daarnaast werd betoogd dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het criterium 'winning van drinkwater uit oppervlaktewater' en met de belangen van appellanten.
Het College heeft het bestreden besluit getoetst aan de relevante bepalingen uit de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen, de Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen en de Uniforme Beginselen. Het College oordeelde dat de procedurele verlenging gerechtvaardigd is omdat de besluitvorming nog niet kon worden afgerond en dit niet aan de toelatinghouder te wijten was. De geconstateerde overschrijdingen van normen voor persistentie, risico voor waterorganismen, vogels, zoogdieren en niet-doelwit arthropoden kunnen worden ondervangen door aanvullende veldonderzoeken en risico-evaluaties.
Ten aanzien van het criterium 'winning van drinkwater uit oppervlaktewater' stelde het College vast dat de beschikbare meetgegevens onvoldoende grond bieden om te concluderen dat het middel niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet, mede vanwege het ontbreken van een causaal verband tussen het gebruik van het middel en de overschrijdingen. Ook het bezwaar dat de belangen van appellanten onvoldoende zijn meegewogen werd verworpen, omdat de Bestrijdingsmiddelenwet geen ruimte laat voor een belangenafweging bij de inhoudelijke toelatingsbeslissing en de procedurele verlenging een discretionaire bevoegdheid betreft die redelijk is toegepast.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de procedurele verlenging van de toelating van het bestrijdingsmiddel Touchdown wordt ongegrond verklaard.