Artikel 4
1. Aan de ontheffing worden de volgende voorschriften verbonden:
a) op het bedrijf worden niet in een grotere hoeveelheid dan overeenkomend met 100 kilogram fosfaat per jaar andere dierlijke meststoffen geproduceerd dan die afkomstig van kippen en kalkoenen, welke productie wordt berekend op basis van de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per dier per jaar, die zijn opgenomen in bijlage A bij de wet;
b) (…)
c) alle op het bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen worden op het bedrijf bewerkt met gebruikmaking van een biothermische droogeenheid die voldoet aan de in de bijlage bij deze regeling opgenomen omschrijving;
d) terzake van het biothermische droogproces op het bedrijf is een certificaat afgegeven door de controle-instantie ten bewijze dat wordt voldaan aan de eisen ter waarborging van de kwaliteit van de gedroogde dierlijke meststoffen;
e) terzake van het biothermische droogproces op het bedrijf vindt proces- en kwaliteitsbewaking plaats door de controle-instantie;
f) alle op het bedrijf geproduceerde meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen worden na biothermische droging overeenkomstig een met de exporteur gesloten overeenkomst volgens een door de minister daartoe vastgesteld model, rechtstreeks en zonder tussenkomst van anderen afgeleverd aan de exporteur, hetgeen aannemelijk wordt gemaakt met de gegevens, bescheiden en bewijsstukken, bedoeld in paragraaf 3 van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet;
g) de exporteur zet de meststoffen, bedoeld in onderdeel f, uitsluitend af in het buitenland; en
h) de producent levert tenminste 80 % van de totale in het kalenderjaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen in dat kalenderjaar af aan de exporteur, en de resterende hoeveelheid vóór 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar. Indien de ontheffing betrekking heeft op een gedeelte van een kalenderjaar, levert de producent de totale in het betreffende deel geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen vóór 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar af aan de exporteur.
2. Aan de voorschriften, gesteld in het eerste lid, wordt uiterlijk vóór 1 januari 2000 en bovendien gedurende de gehele periode waarvoor de ontheffing geldt, voldaan. Ingeval de producent bij het bevoegd gezag in verband met de ontheffing een aanvraag heeft ingediend om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer ten behoeve van een vergroting van het aantal te houden kippen of ten behoeve van de oprichting van een inrichting dan wel wijziging van een bestaande inrichting die is benodigd om te voldoen aan het voorschrift, gesteld in onderdeel c van het eerste lid, en de vergunning op 31 december 1999 nog niet is verleend of nog niet in werking is getreden, dan geldt in afwijking van de eerste volzin dat aan de voorschriften voldaan wordt uiterlijk acht maanden na inwerkingtreding van de vergunning, of, indien dit eerder is, vóór 1 januari 2002.
3. De ontheffing wordt voor een periode van 7 jaren verleend welke periode aanvangt met het tijdstip waarop aan alle voorschriften, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan.
4. (… )