ECLI:NL:CBB:2003:AF2794
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- D. Roemers
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over verstrekking abonneegegevens en kostentoerekening onder Telecommunicatiewet
Deze zaak betreft een hoger beroep van KPN Telecom B.V. tegen een besluit van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) dat KPN verplichtte om aan derden, zoals Denda Multimedia B.V., basisvermeldingsgegevens van abonnees te verstrekken voor het uitgeven van universele telefoongidsen.
Kern van het geschil is de interpretatie van artikel 43 van Pro het Besluit ONP huurlijnen en telefonie (BOHT), dat uitvoering geeft aan artikel 6, derde lid, van Richtlijn 98/10/EG (Spraakrichtlijn). De vraag is of 'relevante informatie' zich beperkt tot basisgegevens zoals naam, adres en telefoonnummer, of ook extra vermeldingen zoals beroep en mobiele nummers omvat. Daarnaast is onduidelijk hoe de vergoeding voor deze gegevens moet worden vastgesteld, waarbij KPN pleit voor een kostengeoriënteerde vergoeding inclusief redelijke winstopslag, terwijl OPTA een marginale kostenbenadering hanteert.
Het College concludeert dat de nationale regelgeving en praktijk niet eenduidig zijn en legt daarom prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Deze vragen betreffen de uitleg van 'relevante informatie' en de voorwaarden waaronder redelijke verzoeken om gegevensverstrekking moeten worden gehonoreerd, met name over de vergoeding voor basis- en extra gegevens.
De uitspraak is van belang voor de regulering van telecommunicatiediensten en concurrentie op de markt voor telefoongidsen, waarbij de balans tussen transparantie, concurrentie en kostentoerekening centraal staat.
Uitkomst: Het College legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 6, derde lid, van de Spraakrichtlijn inzake verstrekking van abonneegegevens en kostentoerekening.