ECLI:NL:CBB:2003:AF3401
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling forfaitaire heffingsbedragen voor kokkels in bestuursrechtelijke procedure
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Vis waarin de forfaitaire heffingsbedragen voor aangevoerde gekookte kokkels voor het jaar 1999 werden gehandhaafd. Zij stelden dat de forfaitaire waarde van ƒ 3,50 per kilo gekookt kokkelvlees niet recht doet aan het kwaliteits- en gewichtverschil tussen kokkels uit de Westerschelde en de Waddenzee.
Het geschil betreft de uitleg en toepassing van de Heffingsverordening 1971 en het Besluit forfaitaire bedragen kokkels en spisula 1997. Het College heeft vastgesteld dat de forfaitaire bedragen niet expliciet aan een reële waarde zijn gebonden en dat de beoordelingsvrijheid van de besluitgever groot is. De Kokkeladviescommissie had rekening gehouden met kwaliteitsverschillen, maar koos voor een forfaitaire waarde die ook de kosten van sanitaire monitoring dekt.
Het College oordeelt dat het besluit niet strijdig is met hogere regelgeving noch met algemene rechtsbeginselen zoals het verbod van willekeur. De belangenafweging van de besluitgever, waaronder doelmatigheid en kostenverdeling, is niet evident onredelijk. De aanpassing van de heffingssystematiek per 2002 is niet relevant voor de heffingen over 1999. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen de forfaitaire heffingsbedragen voor gekookte kokkels wordt ongegrond verklaard.