ECLI:NL:CBB:2003:AF3402
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- M.A. van der Ham
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen ambtshalve vaststelling melkequivalent superheffing 1999/2000
Appellante, een producent van zuivelproducten, maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde melkequivalenten voor de heffingsperiode 1999/2000, waarbij verweerder een ambtshalve schatting toepaste wegens het ontbreken van een voldoende inzichtelijke administratie. Appellante stelde dat de aangekochte melk volledig was gebruikt voor de bereiding van volle producten en dat de evenredigheidsmethode onjuist werd toegepast.
Het College onderzocht de administratie en de door appellante aangeleverde gegevens, waaronder tankgegevens en facturen. Verweerder stelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de aangekochte melk uitsluitend werd gebruikt voor volle producten en dat tank 4 niet exclusief voor aangekochte melk werd gebruikt. Ook was er sprake van een surplus aan aangekochte melk die in andere tanks werd opgeslagen.
Het College oordeelde dat appellante niet voldeed aan de administratieverplichting uit artikel 7 van Pro Verordening (EEG) nr. 536/93 en dat verweerder terecht een ambtshalve vaststelling heeft gedaan op basis van de evenredigheidsmethode. Er waren geen duidelijke aanknopingspunten voor een afwijkende schatting. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de ambtshalve vaststelling van de melkequivalenten voor superheffing is ongegrond verklaard.