ECLI:NL:CBB:2003:AF3781
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid met bowling
Appellant exploiteert een horecabedrijf met een restaurant en bowlingbaan en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. De burgemeester weigerde deze vergunning omdat de inrichting volgens de Wet op de kansspelen als laagdrempelig wordt aangemerkt, aangezien naast het restaurant ook bowlingactiviteiten plaatsvinden die een zelfstandige betekenis hebben.
Appellant stelde dat door een toekomstige verbouwing het restaurantgedeelte als hoogdrempelig kan worden beschouwd, wat een vergunning zou rechtvaardigen. Het College oordeelde echter dat de beoordeling moet plaatsvinden op de huidige situatie, waarbij het restaurant en de bowlingbaan in open verbinding staan en niet als afzonderlijke besloten ruimten kunnen worden gezien.
Daarom voldoet de inrichting niet aan de criteria voor een hoogdrempelige inrichting en kan geen vergunning voor kansspelautomaten worden verleend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.