ECLI:NL:CBB:2003:AF3782
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke afwijzing van vergunning voor kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellant exploiteert een horecagelegenheid bestaande uit een snackbar en een eet- en partycafé, waarvoor hij een vergunning heeft op grond van de Drank- en Horecawet. Hij verzocht om een aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten in het partycafé. Verweerder weigerde deze vergunning omdat de gehele inrichting als laagdrempelig wordt aangemerkt, aangezien de snackbar en het partycafé intern met elkaar verbonden zijn via een tussendeur die niet afgesloten is.
Appellant stelde dat de tussendeur wel degelijk gesloten is en dat de twee gedeelten aparte ingangen hebben, waardoor het partycafé als een hoogdrempelige horecalokaliteit kan worden aangemerkt. Het College oordeelde echter dat de tussendeur niet afgesloten is vanwege brandveiligheidsvoorschriften, waardoor het publiek de snackbar via het partycafé kan bereiken.
Op grond van artikel 30c van de Wet op de kansspelen kan in een laagdrempelige inrichting geen vergunning voor kansspelautomaten worden verleend, tenzij er sprake is van een hoogdrempelige horecalokaliteit die aan specifieke voorwaarden voldoet. Het College concludeerde dat deze voorwaarden niet zijn vervuld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.