ECLI:NL:CBB:2003:AF4074
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op herziening besluiten cijns winningsvergunning Q/01
Appellante, houdster van een winningsvergunning voor olieproductie uit het Q/01 blok, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken om niet terug te komen op besluiten van 7 februari 1996 waarin de cijnsbedragen over de jaren 1990 en 1991 zijn vastgesteld.
Appellante stelde dat zij destijds ten onrechte geen rekening had gehouden met afschrijvings- en schoonmaakkosten van een pijpleiding, waardoor de cijns te hoog was vastgesteld. Zij betoogde dat deze kosten pas later, in 1999, waren ontdekt en dat dit nieuwe feiten waren die herziening rechtvaardigden.
Het College oordeelde dat de betreffende kosten al bekend waren ten tijde van de oorspronkelijke besluiten en dat de regeling voor aftrekbaarheid reeds bestond. De late ontdekking door appellante en haar accountant kon niet worden aangemerkt als nieuwe feiten. Daarom was de weigering van de Minister om terug te komen op de besluiten terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering tot herziening van de cijnsbesluiten over 1990 en 1991 wordt ongegrond verklaard.