ECLI:NL:CBB:2003:AF4096
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellant exploiteert een horecagelegenheid onder de naam 'B' die door de gemeente als laagdrempelig wordt aangemerkt vanwege de nadruk op kleine eetwaren en beperkte openingstijden. Verweerder weigerde een vergunning voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten omdat de Wet op de kansspelen alleen vergunningen toestaat voor hoogdrempelige inrichtingen.
Appellant voerde aan dat de kleine eetwaren slechts een gering deel van de omzet vormen en dat zijn inrichting zich niet wezenlijk onderscheidt van andere cafés die wel vergunningen kregen. Het College stelde vast dat de feitelijke bedrijfsvoering, waaronder de omzetverdeling en het aanbod, bepalend is voor de classificatie. De verstrekking van kleine eetwaren trekt een zelfstandige bezoekersstroom, waardoor het een laagdrempelige inrichting betreft.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat vergelijkbare inrichtingen anders werden behandeld. Het College concludeerde dat verweerder verplicht was de vergunning te weigeren en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.