ECLI:NL:CBB:2003:AF4815
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake taxivergunning na afgifte vergunning
Verzoekster, V.o.f. Ermus te Utrecht, vroeg op 13 december 2000 een taxivergunning aan bij de Minister van Verkeer en Waterstaat. Deze vergunning werd op 13 februari 2002 geweigerd wegens het ontbreken van recente verklaringen omtrent gedrag van enkele vennoten. Verzoekster maakte bezwaar en startte een voorlopige voorziening om schorsing van het besluit te verkrijgen.
Tijdens de procedure bleek dat de benodigde verklaringen omtrent gedrag uiteindelijk op 22 augustus 2002 werden overgelegd, waarna de vergunning direct werd verleend. Verzoekster trok daarop het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om een kostenveroordeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder materieel aan verzoekster tegemoet was gekomen door de vergunning te verlenen, maar niet op basis van de aangevoerde gronden in de voorlopige voorziening. Omdat de verklaringen omtrent gedrag pas op het juiste moment en voor het juiste doel waren overlegd, was er geen reden om te spreken van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Het verzoek om kostenveroordeling werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en kostenveroordeling werd afgewezen nadat de taxivergunning was verleend.