ECLI:NL:CBB:2003:AF4828
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering subsidie voor braakpercelen vanwege onvoldoende oppervlakte
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om de subsidie voor braakpercelen 2 en 10 te weigeren omdat de geconstateerde oppervlakten van deze percelen minder dan de vereiste 0,30 hectare bedroegen. De Algemene Inspectiedienst (AID) had bij controles in augustus 2000 vastgesteld dat perceel 2 en 10 slechts 0,29 hectare besloegen, terwijl perceel 14 een oppervlakte van 2,40 hectare had.
Appellante voerde aan dat de metingen van de AID onjuist waren, onder meer omdat de controleur niet altijd op de juiste plaatsen liep en de tweede controle onaangekondigd was, waardoor zij niet aanwezig kon zijn. Zij stelde zelf met een meetlint andere oppervlaktematen te hebben vastgesteld. Het College oordeelde echter dat de meting van de AID betrouwbaar was en dat appellante geen nauwkeurige, onafhankelijke tegenmeting had geleverd. Bovendien was het gebruik van een niet-geijkt meetlint onvoldoende bewijs om de AID-metingen te betwisten.
Het College overwoog dat de Regeling en de Europese verordeningen duidelijk stellen dat braakpercelen een minimale oppervlakte van 0,30 hectare moeten hebben en dat een kleine afwijking ertoe kan leiden dat het perceel buiten aanmerking wordt gelaten. Appellante had het risico aanvaard door de percelen met precies 0,30 hectare op te geven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het College wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van subsidie voor braakpercelen 2 en 10 wegens onvoldoende oppervlakte wordt ongegrond verklaard.