ECLI:NL:CBB:2003:AF5731
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering vergunning kansspelautomaten in muziekcafé
Appellant exploiteert een muziekcafé met oefenruimten voor musici en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. De burgemeester van Den Haag wees dit verzoek af omdat het café werd aangemerkt als een laagdrempelige inrichting, waarvoor geen vergunning kan worden verleend.
Het geschil draaide om de vraag of het café als hoog- of laagdrempelig moest worden gekwalificeerd. Het café heeft een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet, maar het muziekpodium en de oefenruimten trekken een zelfstandige stroom bezoekers, waardoor het café niet uitsluitend bezocht wordt voor het nuttigen van alcohol.
Het College oordeelde dat de aanwezigheid van live-optredens en oefenruimten een zelfstandige betekenis heeft en dat het café daarom als laagdrempelig moet worden beschouwd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare zaken niet dezelfde situatie hadden of zonder vergunning kansspelautomaten hadden staan.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College wees erop dat een nieuwe aanvraag mogelijk is indien een effectieve scheiding tussen hoog- en laagdrempelige activiteiten wordt aangebracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor twee kansspelautomaten in het muziekcafé wordt ongegrond verklaard.