ECLI:NL:CBB:2003:AF6869
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit anti-dumpingheffing wegens onbevoegde uitnodiging en termijnoverschrijding
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken waarin een uitnodiging tot betaling van anti-dumpingheffing werd bevestigd. De oorspronkelijke uitnodiging was door de inspecteur verzonden, maar volgens artikel 22a, tweede lid, AWR is alleen de Minister bevoegd tot het vaststellen van dergelijke uitnodigingen.
Het College oordeelt dat de uitnodiging van 29 oktober 1998 onbevoegd was vastgesteld omdat deze niet door de Minister was genomen. Het Mandaatbesluit verleent wel mandaat aan inspecteurs, maar alleen voor besluiten die namens de Minister zijn genomen. Het bestreden besluit, waarin de uitnodiging opnieuw werd vastgesteld namens de Minister, is wel bevoegd genomen.
Daarnaast speelt de termijn van drie jaar waarbinnen de mededeling van de douaneschuld moet plaatsvinden. Voor douaneschulden ontstaan vóór 19 december 1997 was deze termijn op 19 december 2000 al verstreken, waardoor de mededeling in 2001 niet rechtsgeldig kon plaatsvinden. Voor schulden na die datum was de termijn geschorst door bezwaar en beroep, waardoor de mededeling binnen de termijn viel.
Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor de heffingen met betrekking tot vóór 19 december 1997 aanvaarde aangiften. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot anti-dumpingheffing wordt vernietigd voor aangiften vóór 19 december 1997.