2.2 Bij de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.
- A heeft bij brief van 19 juni 2000 verzocht om wijziging van de Verordening, zodat aan haar een vergunning betreffende het vestigen en exploiteren van een speelautomatenhal kan worden verleend. Deze aanvraag heeft betrekking op de locatie P-straat te C.
- Namens verzoekster zijn op 20 oktober 2000 aanvragen ingediend voor het vestigen en exploiteren van een speelautomatenhal voor respectievelijk de locaties Z-straat en M.
- De raad van de gemeente Culemborg heeft op 30 november 2000 de Verordening gewijzigd vastgesteld. Door deze wijziging, die op 1 december 2000 in werking is getreden, is het vestigen van maximaal één speelhal te Culemborg mogelijk geworden.
- Bij brief van 8 januari 2001 heeft de gemachtigde van verzoekster geïnformeerd naar de stand van zaken bij de afhandeling van de ingediende aanvragen.
- Verzoekster heeft bij brief van 9 februari 2001 haar aanvraag aangevuld door het overleggen van een afschrift van een huurovereenkomst voor het pand Z-straat.
- Verweerder heeft op 1 mei 2001 een aantal beleidsregels en -criteria vastgesteld voor de vestiging van een speelautomatenhal.
- De gemachtigde van verzoekster heeft bij brief van 16 mei 2001 verzocht om toezending van de opgestelde criteria.
- Bij brief van 22 mei 2001 heeft de gemachtigde van verzoekster de adressering van de aanvragen gecorrigeerd en deze aanvragen nader aangevuld en toegelicht.
- Bij brieven van 29 mei en 8 juni 2001 heeft de gemachtigde van verzoekster de aanvragen opnieuw aangevuld, waarbij H-dijk en (mogelijk) T-singel mede als locatie voor het vestigen van de speelhal zijn voorgesteld.
- Bij besluit van 22 juni 2001 heeft verweerder meegedeeld te hebben besloten een vergunning te verlenen aan A en alle andere aanvragen voor het verkrijgen van een vergunning voor een speelhal - inclusief die van verzoekster voor de locaties Z-straat en M - op grond van het zogenoemde getalscriterium af te wijzen. Het besluit bevat als bijlage een in een matrix gegoten overzicht van de uitkomst van de toetsing van de verschillende aanvragen aan de vastgestelde criteria. Uit het in het kader van de bezwaarprocedure ingediende verweerschrift blijkt dat, anders dan de formulering van dit besluit lijkt te suggereren, de beoogde vergunning voor het pand P-straat nog niet is verleend.
- Verweerder heeft vervolgens de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde openbare voorbereidingsprocedure gevolgd en een ontwerp vergunning voor de exploitatie door A van een speelautomatenhal ter inzage gelegd. Verweerder heeft in totaal 37 zienswijzen ontvangen.
- Namens verzoekster is bij brief van 23 juli 2001 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 juni 2001. Daarbij is onder meer aangevoerd dat de aanvullingen van 8 juni 2001 ten onrechte niet in verweerders afwegingen zijn meegenomen en dat ten onrechte aan verzoekster geen en aan Amutron wel een vergunning is verleend. Uit een bij brief van 30 juli 2001 gegeven toelichting op het bezwaarschrift blijkt dat het bezwaar zich niet richt tegen de weigering vergunning te verlenen voor de locatie T-singel. Voorts kan uit een brief van de gemachtigde van verzoekster van 1 augustus 2001 worden afgeleid dat het bezwaar zich mede richt tegen de fictieve weigering vergunning te verlenen voor de locatie H-dijk.
- Nu op 22 juni 2001 nog slechts sprake was van een voornemen tot verlening van een vergunning aan A heeft verweerder het bezwaarschrift van 23 juli 2001 - voor zover gericht tegen die verlening - mede aangemerkt als een bedenking tegen dit voornemen.
- Op 15 oktober 2001 heeft een hoorzitting plaatsgevonden.
- Verweerder heeft bij - op 25 februari 2002 verzonden - brief de gemachtigde van verzoekster bericht dat alle in het kader van de openbare voorbereidingsprocedure ingekomen zienswijzen zijn onderzocht en gewogen, maar dat deze er niet toe hebben geleid dat verweerder zijn voornemen tot vergunningverlening heeft herzien. Hij heeft aangekondigd dat de volgende stap in het besluitvormingsproces is het ten behoeve van het pand P-straat volgen van een planologische procedure als bedoeld in artikel 19, eerste lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).
- Vervolgens heeft verweerder de bestreden besluiten genomen.