ECLI:NL:CBB:2003:AF7159
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtmaatregel schriftelijke berisping voor registeraccountant als interim manager
Appellant, een registeraccountant, werd door de raad van tucht voor registeraccountants te Amsterdam gedeeltelijk in het gelijk gesteld en kreeg een schriftelijke berisping opgelegd wegens het zonder overleg uitbrengen van twee schriftelijke rapportages aan een derde partij, P, die betrekking hadden op K en L. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij niet als accountant, maar als interim manager optrad en dat de raad van tucht ten onrechte bepaalde feiten als vaststaand aanmerkte.
Het College van Beroep oordeelde dat appellant inderdaad niet als accountant maar als interim manager handelde, waardoor de strengere normen uit de gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants (GBR-1994) niet van toepassing waren. Het College stelde vast dat appellant niet verplicht was om voorafgaand aan het uitbrengen van zijn rapportages aan P, K en L in kennis te stellen of hen gelegenheid te bieden te reageren. Ook vond het College de gebruikte bewoordingen in de rapportages niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Daarmee werd het beroep gegrond verklaard, de bestreden tuchtbeslissing vernietigd en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. De uitspraak rust op de Wet op de Registeraccountants en artikel 5 van Pro de GBR-1994.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de tuchtmaatregel vernietigd en de klacht ongegrond verklaard.