ECLI:NL:CBB:2003:AF7692
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunningen beroepsvervoer wegens ontbreken reële vestiging in Nederland
Appellante, een eenmanszaak ingeschreven in Nederland maar feitelijk vanuit het Verenigd Koninkrijk opererend, had vergunningen voor binnenlands en grensoverschrijdend beroepsvervoer ontvangen. Na onderzoek door de Rijksverkeersinspectie bleek dat er geen sprake was van een feitelijke vestiging in Nederland en dat de vakbekwame persoon niet permanent en daadwerkelijk leiding gaf vanuit Nederland.
Verweerster trok daarop de vergunningen in. Appellante voerde aan dat het ontbreken van ondernemingsactiviteiten in Nederland te wijten was aan het niet verkrijgen van een BTW-nummer door problemen bij de Belastingdienst, mogelijk veroorzaakt door haar voormalig adviseur.
Het College oordeelde dat het ontbreken van een reële vestiging en feitelijke leidinggevende aanwezigheid in Nederland terecht als grond voor intrekking geldt. De oorzaak van het niet ontplooien van activiteiten is irrelevant, en de problemen met het BTW-nummer zijn voor rekening van appellante. De vergunningen waren verleend op basis van onjuiste gegevens, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunningen blijft gehandhaafd.