ECLI:NL:CBB:2003:AF7695
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking erkenning melkverwerkingsinrichting
Verzoekster exploiteert een bedrijf dat melkpoeder ompakt voor menselijke en dierlijke consumptie. De directeur van verweerster, de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel, heeft op 28 januari 2003 de erkenning van verzoekster ingetrokken wegens ernstige tekortkomingen in de installatie en bereidingsruimte, onvoldoende onderhoud en reiniging, en een onacceptabel risico op kruisbesmetting.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen. Zij stelde onder meer dat het besluit onrechtmatig was vanwege onbevoegdheid, strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, en het ontbreken van een begunstigingstermijn. Verweerster handhaafde het besluit en voerde het belang van volksgezondheid aan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerster bevoegd was tot intrekking en dat verzoekster een spoedeisend belang had. Echter, verzoekster slaagde er niet in de feitelijke gronden van het besluit zodanig te betwisten dat schorsing gerechtvaardigd was. De geconstateerde tekortkomingen en het risico op kruisbesmetting waren voldoende onderbouwd. Ook faalden de bezwaren tegen het ontbreken van een begunstigingstermijn en het beroep op het vertrouwensbeginsel.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarbij werd benadrukt dat het belang van volksgezondheid zwaarder woog dan de bedrijfseconomische belangen van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de erkenning werd afgewezen.