ECLI:NL:CBB:2003:AF8088
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellant vroeg een vergunning aan voor het plaatsen van twee kansspelautomaten in zijn horecagelegenheid. De burgemeester weigerde deze vergunning omdat de inrichting als laagdrempelig werd aangemerkt, wat volgens de Wet op de kansspelen geen kansspelautomaten toestaat.
Appellant voerde aan dat zijn inrichting hoogdrempelig was vanwege het aanbieden van driecomponentenmaaltijden en het richten op volwassenen, en dat eerdere vergunningen dit ook bevestigden. Tevens stelde hij dat een afgescheiden ruimte gecreëerd kon worden om als hoogdrempelig te gelden.
Het College oordeelde dat de inrichting uit één ruimte bestaat waar ook kleine etenswaren en afhaalmogelijkheden worden aangeboden, activiteiten met zelfstandige betekenis die laagdrempelig zijn. Hierdoor is de inrichting terecht als laagdrempelig gekwalificeerd. Een belangenafweging is uitgesloten omdat de wet een vergunning voor kansspelautomaten in laagdrempelige inrichtingen verbiedt.
Formele bezwaren over mandaat en procedure werden verworpen. Het beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten bevestigd.