ECLI:NL:CBB:2003:AF9626
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning wegens onvoldoende kredietwaardigheid in beroepsgoederenvervoer
Appellant, een onderneming in beroepsgoederenvervoer, kreeg zijn vergunningen ingetrokken omdat hij niet voldeed aan de wettelijke kredietwaardigheidseisen. De kern van het geschil betrof de interpretatie van het begrip 'kapitaal en reserves' volgens Richtlijn 96/26/EG en de nationale regelgeving. Appellant stelde dat ook kredietfaciliteiten zoals lening en rekening-courant krediet als kapitaal moesten worden meegeteld.
Het College oordeelde dat de term 'kapitaal en reserves' beperkt is tot het eigen vermogen en achtergestelde leningen, en dat kredietfaciliteiten niet hieronder vallen. Dit is in lijn met de richtlijn en de ministeriële regeling. De financiële beoordeling moet wel rekening houden met alle factoren, maar de minimumkapitaalnorm is een zelfstandige eis.
Omdat appellant niet voldeed aan deze minimumkapitaalnorm, was de intrekking van de vergunningen terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunningen wegens onvoldoende kredietwaardigheid wordt ongegrond verklaard.