ECLI:NL:CBB:2003:AF9627
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering verklaring vakbekwaamheid taxivervoer wegens onvoldoende praktijkervaring
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat om hem geen verklaring van vakbekwaamheid af te geven op grond van vijf jaar praktijkervaring in het taxivervoer. De wet vereist dat een vervoerder die taxivervoer verricht, voldoet aan eisen van betrouwbaarheid, kredietwaardigheid en vakbekwaamheid. Een overgangsbepaling maakt het mogelijk om vakbekwaamheid aan te tonen door vijf jaar praktijkervaring in het dagelijks beheer van een taxionderneming.
Appellant stelde dat hij vanaf begin augustus 1996 betrokken was bij het dagelijks beheer van een onderneming met als hoofdactiviteit taxivervoer, maar erkende zelf dat hij vier weken tekort kwam voor de vereiste periode. Verweerder stelde dat de praktijkervaring aaneengesloten vijf jaar moest zijn en dat appellant dit niet had aangetoond. Het College oordeelde dat de overgangsbepaling strikt moet worden uitgelegd en dat de praktijkervaring in een aaneengesloten periode van vijf jaar moest zijn opgedaan die aansluit op 1 juli 2001.
Het College achtte het aannemelijk dat appellant niet eerder dan begin augustus 1996 met taxivervoer was belast en dat hij niet voldeed aan de eis van vijf jaar dagelijks beheer. Ook het betoog van appellant dat hij benadeeld was door trage afhandeling en dat collega-taxichauffeurs zonder vijf jaar ervaring wel een verklaring hadden gekregen, werd verworpen vanwege gebrek aan feitelijke onderbouwing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet heeft aangetoond vijf jaar dagelijks beheer van een taxionderneming te hebben gehad.