ECLI:NL:CBB:2003:AG0151
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen heffing preventie runderziekten 2001 afgewezen door College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant, een melkveebedrijf te Ouderkerk aan de Amstel, stelde beroep in tegen een besluit van het Productschap Vee en Vlees waarin een heffing op grond van de Heffingsverordening preventie runderziekten 2001 aan hem werd opgelegd. De heffing bestond uit een vast bedrag per UBN en een variabel bedrag per rund, afhankelijk van de leeftijd.
Appellant voerde aan dat de heffing onredelijk hoog was, niet in verhouding stond tot de lage vee- en vleesprijzen en dat de belangenbehartiging door verweerder had gefaald. Tevens stelde appellant dat het IBR-bestrijdingsprogramma was gestopt en verweerder niet kon aantonen welk nut de heffing voor zijn bedrijf had. Verweerder stelde dat de heffing was gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift en dat bezwaar tegen dit voorschrift niet-ontvankelijk was.
Het College oordeelde dat de bezwaren van appellant niet gericht waren tegen het algemeen verbindend voorschrift zelf, maar tegen de aan hem opgelegde heffing. Het beroep was ontvankelijk maar ongegrond, omdat de bevoegdheid tot heffing niet afhankelijk is van het individuele profijt van de ondernemer en dat het gevoel van onvrede over de bestemming van de gelden de heffing niet aantast. Ook de adresseringsfout van de factuur maakte de termijnoverschrijding verschoonbaar.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het College bevestigde daarmee het besluit van verweerder en de opgelegde heffing blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing preventie runderziekten 2001 wordt ongegrond verklaard en de heffing blijft van kracht.