ECLI:NL:CBB:2003:AG1644
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering vergunning voor kansspelautomaten in horecagelegenheid
Appellant exploiteert een horecagelegenheid met een café en een snookergedeelte op de eerste verdieping, gescheiden door een gedeeltelijke afscheiding. Hij verzocht vergunning voor het plaatsen van kansspelautomaten in het cafégedeelte. Verweerder weigerde de vergunning omdat het café niet als een besloten horecalokaliteit kan worden aangemerkt volgens de Wet op de kansspelen.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het cafégedeelte voldoet aan de wettelijke eisen van beslotenheid en hoogdrempeligheid. Het College oordeelt dat het café geen besloten ruimte is, mede omdat het visueel verbonden is met de snookerzaal, bezoekers van de snookerzaal via het café naar de toiletten gaan en het café de consumpties voor de snookerzaal verzorgt.
Appellant voerde aan dat het café wel besloten is en dat hij op basis van eerdere uitlatingen van ambtenaren mocht vertrouwen op vergunningverlening. Het College wijst dit af wegens onvoldoende bewijs van een rechtens te honoreren vertrouwen en benadrukt dat het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat verweerder een mogelijk onjuiste eerdere vergunningverlening volgt.
Daarom verklaart het College het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten in de horecagelegenheid.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.