ECLI:NL:CBB:2003:AH9205
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar inzake subsidieaanvraag clusterprojecten
Appellante diende op 31 oktober 1996 een subsidieaanvraag in voor een strategisch samenwerkingsproject binnen het clusterprojectenbeleid. Verweerder besloot op 25 november 1996 de aanvraag niet in behandeling te nemen wegens onvoldoende gegevens. Appellante maakte bezwaar, dat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege onbevoegdheid van de ondertekenaar. Diverse procedures volgden, waarbij het College eerdere beroepen niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van termijnen en bevestigde dat het besluit van 25 november 1996 in rechte onaantastbaar was.
In 2002 stelde appellante opnieuw bezwaar in tegen het vermeende niet tijdig beslissen op haar aanvraag, waarop verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Het College oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede gericht was tegen het besluit van 6 december 2002 en dat het procesbelang ontbrak. Het bezwaar was te laat ingediend, en het eerdere besluit was onherroepelijk geworden.
Appellante voerde aan dat het besluit van 25 november 1996 nietig moest worden verklaard omdat het betrekking had op een verkeerde datum. Het College verwierp dit, stellende dat alle feiten en omstandigheden bij het oorspronkelijke besluit betrokken moesten worden en dat nieuwe bezwaren niet later konden worden ingebracht.
Het College verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen het niet nemen van een besluit en ongegrond voor het overige. Daarmee werd bevestigd dat verdere procedure over het besluit van 25 november 1996 niet mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang en bevestigt dat het besluit van 25 november 1996 in rechte onaantastbaar is geworden.