ECLI:NL:CBB:2003:AI0094
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking subsidie wegens niet aantonen eigen financiering en niet voldoen aan voorwaarden
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot intrekking van een eerder verleende subsidie in het kader van de Kredietregeling milieugerichte productontwikkeling 1998. Verweerder had de subsidie ingetrokken omdat appellante niet had voldaan aan de verplichting om binnen twee maanden na subsidieverlening de financiering van het eigen aandeel in de projectkosten aan te tonen en niet had voldaan aan de voorwaarde van een 'Letter of Intent' met een eerste klant en aantoonbare participatie van Rijkswaterstaat.
Het College overwoog dat de subsidie verleend was onder de voorwaarde dat appellante binnen twee maanden de financiering van het eigen aandeel zou aantonen. Appellante stelde dat verweerder ten onrechte een commercialisatietoeslag van 25% had meegenomen in de berekening van de projectkosten, maar het College bevestigde dat deze toeslag volgens de regeling onderdeel uitmaakt van de projectkosten.
Verder oordeelde het College dat appellante onvoldoende had aangetoond dat de Holding daadwerkelijk beschikte over de financiële middelen om het eigen aandeel te financieren, mede omdat de waarde van activa onzeker was en niet beschikbaar werd gesteld. Ook was geen geldige 'Letter of Intent' of aantoonbare participatie van Rijkswaterstaat geleverd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de subsidie gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de subsidie gehandhaafd.