ECLI:NL:CBB:2003:AI0682
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring premieaanvraag zoogkoeien
Appellante diende een premieaanvraag in voor zoogkoeien over het verkoopseizoen 2001, maar deze werd op 12 oktober 2001 ontvangen, terwijl de indieningsperiode liep van 1 tot en met 31 augustus 2001. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk vanwege deze overschrijding van de termijn. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij door het overlijden van haar man en diens twee broers overspannen was geraakt, waardoor zij de aanvraag vergat in te dienen.
Tijdens de hoorzitting gaf zij aan dat deze familieomstandigheden haar functioneren ernstig hadden beïnvloed, maar zij had dit niet met medische verklaringen onderbouwd. Het College oordeelde dat deze omstandigheden op zichzelf niet voldoende waren om van de niet-ontvankelijkverklaring af te zien. Bovendien had appellante het bedrijf voortgezet en had zij maatregelen kunnen treffen om tijdige indiening te waarborgen.
Het College concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk had verklaard en dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd om haar verzuim te rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de premieaanvraag zoogkoeien wordt ongegrond verklaard.