ECLI:NL:CBB:2003:AI1075
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsgeval bij vaststelling pluimveerecht wegens niet tijdige bouwvergunningaanvraag
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin op bezwaar werd beslist over de toepassing van het hardheidsgeval 1 bij de vaststelling van het pluimveerecht. Dit recht is gekoppeld aan investeringsverplichtingen die tussen 1 januari 1994 en 6 november 1998 zijn aangegaan, waarbij zowel een milieuvergunning als een bouwvergunning moeten zijn aangevraagd.
Appellant voerde aan dat hij al op 15 oktober 1998 een bouwplan had ingediend en dat dit gelijkgesteld moest worden aan een bouwvergunningaanvraag. De gemeente had echter duidelijk gemaakt dat het bouwplan slechts diende voor een advies van de welstandscommissie en niet als een bouwvergunningaanvraag kon worden beschouwd. De feitelijke bouwvergunningaanvraag vond pas plaats op 3 februari 1999, na de relevante periode.
Het College oordeelde dat de wetgever uitdrukkelijk vereist dat zowel een milieuvergunning als een bouwvergunning binnen de gestelde periode zijn aangevraagd om voor het hardheidsgeval in aanmerking te komen. De intentie van appellant en het indienen van een bouwplan zonder formele aanvraag voldoen niet aan deze eis. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat niet tijdig een bouwvergunning is aangevraagd voor toepassing van hardheidsgeval 1.