ECLI:NL:CBB:2003:AI1107
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering verstrekking EG-verklaring taxivervoer op grond van vijfjaren-eis
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat om hem geen EG-verklaring te verstrekken op grond van artikel 125, onder b, van het Besluit personenvervoer 2000. Deze verklaring is vereist om aan te tonen dat een vervoerder gedurende vijf jaar belast is geweest met het dagelijks beheer van een onderneming met als hoofdactiviteit taxivervoer.
De Minister had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de vereiste periode van vijf jaar het dagelijks beheer van een taxionderneming had gevoerd. Appellant voerde aan dat hij al vanaf 1995 bezig was met voorbereidingen en dat bijzondere omstandigheden, zoals zijn leeftijd en eerdere dienstjaren als taxichauffeur, meegewogen moesten worden. Tevens stelde hij dat het gelijkheidsbeginsel hem recht gaf op een verklaring, omdat bij een andere ondernemer voorbereidingshandelingen wel werden meegeteld.
Het College oordeelde dat de wettelijke bepaling duidelijk vereist dat sprake moet zijn van een aaneengesloten periode van vijf jaar dagelijks beheer van een onderneming met een geldige vergunning. Voorbereidende werkzaamheden kunnen hier niet in worden meegerekend. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn en appellant onvoldoende concreet bewijs heeft geleverd. Ook biedt de wet geen ruimte voor een belangenafweging zoals door appellant voorgesteld. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de EG-verklaring wordt ongegrond verklaard.