ECLI:NL:CBB:2003:AI1141
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.J. Kuiper
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over energie-investeringsaftrek en toepasselijkheid energielijst
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken waarin de weigering werd bevestigd om een verklaring af te geven voor energie-investeringsaftrek op grond van artikel 11 van Pro de Wet op de Inkomstenbelasting 1964. De investering betrof een warmtekrachtinstallatie die appellant op 1 maart 1999 had aangeschaft en aangemeld op 19 mei 1999.
De kern van het geschil was of de investering moest worden beoordeeld aan de hand van de Energielijst 1998 of de nieuwere Energielijst 1999. Het College oordeelde dat de beoordeling plaatsvindt op het moment van het aangaan van de investeringsverplichting, dus de Energielijst 1998. Appellant stelde dat zijn installatie wel voldeed aan de latere lijst en dat de onderdelen die ontbraken in de oude lijst functioneel gelijkwaardig waren.
Het College overwoog dat de omschrijvingen in de Energielijst 1998 limitatief en strikt moeten worden uitgelegd. Omdat de installatie niet beschikte over een rookgascondensor en warmteopslagvat zoals vereist, kon niet worden voldaan aan de voorwaarden van de oude lijst. De latere lijst en de technische ontwikkelingen konden hieraan niets veranderen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot afgifte van de energieverklaring bevestigd.