ECLI:NL:CBB:2003:AI1342
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt weigering vergunning speelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellante exploiteert een horecagelegenheid in Amsterdam en beschikt over diverse vergunningen, waaronder een voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. Na een aanvraag tot verlenging van deze vergunning weigerde de burgemeester deze op grond van de Wet op de Kansspelen. Appellante stelde dat haar inrichting hoogdrempelig was omdat zij zich uitsluitend richt op personen van 18 jaar en ouder en dat de verkoop van softdrugs geen zelfstandige activiteit was.
Het College oordeelde dat de inrichting laagdrempelig is omdat er naast het cafébezoek ook verkoop en gebruik van softdrugs plaatsvinden, wat een zelfstandige betekenis heeft. De leeftijd van bezoekers is daarbij niet relevant. Op grond van de wet kan in een laagdrempelige inrichting geen vergunning voor kansspelautomaten worden verleend.
Daarnaast werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te late ontvangst, maar het College oordeelde dat dit niet voor risico van appellante mocht komen omdat de rechtbank het beroepschrift niet tijdig had doorgezonden. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard. Het College wees ook op het onjuiste handelen van verweerder door een zienswijze als bezwaar te behandelen, maar dit had geen gevolgen voor de uitkomst.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor speelautomaten in een laagdrempelige horecagelegenheid is ongegrond verklaard.