ECLI:NL:CBB:2003:AJ9970
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering taxivervoervergunning wegens ontbreken vervoerderschap
Verzoekster heeft een vergunning aangevraagd voor het verrichten van taxivervoer, maar deze aanvraag is door de Minister van Verkeer en Waterstaat afgewezen op grond dat verzoekster niet kan worden aangemerkt als vervoerder voor wiens rekening en risico het vervoer wordt verricht.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen en haar als vergunninghouder te behandelen tijdens de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende spoedeisend belang had aangetoond en dat het niet duidelijk was dat het vervoer voor haar eigen rekening en risico werd verricht.
De beoordeling richtte zich op de vraag wie als vervoerder moet worden aangemerkt, waarbij de rechter oordeelde dat de individuele vennoten het economische risico dragen, niet verzoekster zelf. Hierdoor voldeed verzoekster niet aan de wettelijke eisen voor het verkrijgen van een vergunning.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak benadrukt dat de beoordeling van vervoerderschap afhangt van de feitelijke verdeling van risico's en baten binnen de onderneming.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de taxivervoervergunning wordt afgewezen omdat verzoekster niet als vervoerder voor eigen rekening en risico kan worden aangemerkt.