ECLI:NL:CBB:2003:AL8120
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- F.W. du Marchie Sarvaas
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting van dierlijke EG-premies wegens aanwezigheid verboden stoffen in runderen
Appellant werd uitgesloten van dierlijke EG-premies voor het verkoopseizoen 2000 omdat op zijn bedrijf residuen van stanozolol, een verboden stof, waren aangetroffen. Dit was vastgesteld door de AID bij controles in maart, april en mei 2000. Verweerder verklaarde de bezwaren van appellant tegen deze uitsluiting ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellant voerde aan dat hem geen schuld treft, omdat hij als veehandelaar niet verplicht is om monsters te nemen voorafgaand aan aankoop van runderen, zeker niet van Belgische herkomst. Hij stelde dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod van willekeur, mede vanwege de hoge kosten van onderzoek.
Het College oordeelde dat op grond van artikel 23 van Pro Verordening (EG) nr. 1254/1999 de aanwezigheid van verboden stoffen op het bedrijf voldoende is voor uitsluiting van premies, ongeacht schuld. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen sprake van onzorgvuldigheid of willekeur door verweerder, en appellant had de mogelijkheid tot horen niet benut.
Het College zag ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitsluiting van dierlijke EG-premies blijft gehandhaafd.