ECLI:NL:CBB:2003:AL8149
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering toepassing hardheidsgeval vergroting varkensrecht
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van 25 juni 2002 waarbij bezwaar tegen een eerder besluit van 5 december 2000 werd ongegrond verklaard. Dit besluit betrof de toepassing van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) en het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv).
Verweerder had geweigerd het hardheidsgeval 14a toe te passen omdat de melding ex artikel 8.19 Wet milieubeheer (Wm) uitsluitend zag op herhuisvesting en wijziging van het verwarmingssysteem, niet op vergroting van het aantal te houden varkens. Het College oordeelde dat het besluit niet deugdelijke gemotiveerd was omdat het uitsluitend gebaseerd was op het aantal dierplaatsen en niet op het daadwerkelijk gehouden aantal varkens.
Het College verwijst naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat artikel 9 Bhv Pro ziet op vergroting van het aantal varkens uitgedrukt in varkenseenheden. Appellant had gesteld dat na renovatie in 1997 gemiddeld circa 300 varkens werden gehouden, aanzienlijk meer dan voorheen, maar dit kon niet worden geverifieerd uit de stukken.
Het College verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Het griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing.