ECLI:NL:CBB:2003:AM7906
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning kansspelautomaten wegens laagdrempelige horecagelegenheid
Verzoeker, exploitant van een horecagelegenheid in X, vroeg een vergunning aan om in 2003 twee kansspelautomaten in zijn inrichting te mogen hebben. De burgemeester van Arnhem wees dit verzoek af op grond van artikel 30e van de Wet op de kansspelen, omdat de inrichting als laagdrempelig werd beschouwd. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende spoedeisend belang had bij het treffen van een voorlopige voorziening. Uit het dossier en de zitting bleek dat de horecagelegenheid geen restaurant was in de zin van de wet, omdat niet voldaan werd aan de eis van het serveren van driecomponentenmaaltijden met warme groenten. Daarnaast werd vastgesteld dat er regelmatig etenswaren werden afgehaald, wat wijst op een zelfstandige stroom van bezoekers. Dit maakte de inrichting laagdrempelig.
Verzoeker stelde dat warme groenten wel werden geserveerd en dat afhalen slechts een klein deel van de omzet uitmaakte, maar dit werd niet voldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter volgde de burgemeester in zijn standpunt en concludeerde dat de vergunning terecht was geweigerd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt afgewezen.