2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Op 3 mei 2000 heeft appellant een aanvraag oppervlakten ingediend. Met deze aanvraag heeft hij om registratie van totaal 26,52 ha voederareaal verzocht. Hij heeft hierbij opgegeven dat hij 26.02 ha van deze gronden in gebruik heeft gekregen van een terreinbeherende organisatie. Tevens heeft hij bij deze aanvraag verzocht om in aanmerking te komen voor het extensiveringbedrag 2000.
- Op 29 augustus 2000 heeft appellant in het kader van de Regeling een premieaanvraag ingediend voor het aanhouden van 14 zoogkoeien.
- Bij brief van 12 september 2000 heeft verweerder appellant verzocht om toezending van een overeenkomst ten bewijze van het feit dat hij in de aanvraag oppervlakten als zodanig opgegeven percelen in gebruik heeft gekregen van een terreinbeherende organisatie.
- Bij brief van 21 september 2000 heeft appellant verweerder een "Grondgebruikersverklaring, losse grond bij Minas" doen toekomen, blijkens welke verklaring appellant 25.96 ha grond in gebruik heeft gekregen van C (hierna: de Stichting) voor de periode van 31 maart tot 1 november 2000. Deze verklaring is op 22 maart 2000 door appellant en op 23 maart 2000 namens de Stichting ondertekend.
- Op 18 oktober 2000 heeft appellant in het kader van de Regeling een premieaanvraag ingediend voor het aanhouden van 3 stieren.
- Bij een op 7 januari 2001 verzonden mededeling heeft verweerder appellant (onder meer) bericht dat van de door hem opgegeven oppervlakte voederareaal van 26.52 ha slechts 0.50 ha is geconstateerd. Het verschil tussen aangevraagde en geconstateerde oppervlakte is daarmee groter dan 20%. Voor appellant is vervolgens 0 ha voederareaal geregistreerd.
- Bij brief van 1 februari 2001 heeft appellant verweerder een gecorrigeerde "Grondgebruikersverklaring, losse grond bij Minas" doen toekomen onder mededeling dat eerder de data door appellant niet goed zijn ingevuld. Blijkens deze verklaring, door appellant op 22 maart 2000 en namens de Stichting op 23 maart 2000 ondertekend, heeft appellant de gronden in gebruik gekregen voor de periode van 1 april 2000 tot en met 31 oktober 2000.
- Op 8 februari 2001 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de mededeling van verweerder van 7 januari 2001 dat voor hem 0 ha voederareaal werd geregistreerd. Bij deze brief maakt appellant melding van een, inmiddels herstelde, foutieve datum op de grondgebruikersverklaring en wordt een "Grondgebruikersverklaring, losse grond bij Minas" , door appellant op 22 maart 2000 en namens de Stichting op 23 maart 2000 ondertekend, overgelegd, blijkens welke verklaring appellant de grond in gebruik heeft gekregen voor de periode van 31 maart tot en met 1 november 2000.
- In verband met het feit dat voor appellant 0 ha voederareaal werd geregistreerd heeft verweerder bij besluit van 11 mei 2001 de door appellant ingediende aanvraag voor mannelijke runderen afgewezen.
- Tegen het besluit van 11 mei 2001 heeft appellant op 17 mei 2001 bezwaar gemaakt.
- Op 21 februari 2002 heeft appellant laatstgenoemd bezwaar mondeling toegelicht. Bij deze gelegenheid heeft appellant een tussen hem en de Stichting op 20 april 2000 gesloten inscharingsovereenkomst overgelegd, blijkens welke overeenkomst de inscharingsperiode ingaat op 1 mei 2000 en eindigt op 1 november 2000.
- Bij brief van 14 mei 2002 heeft het Bureau Heffingen verweerder bericht dat aldaar voor het jaar 2000 slechts een "Grondgebruikersverklaring, losse grond bij Minas" is geregistreerd voor de periode van 1 april 2000 tot en met 31 oktober 2000.
- Vervolgens heeft verweerder de bestreden besluiten genomen.