ECLI:NL:CBB:2003:AN9036
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunningaanvraag taxivervoer wegens onvoldoende vakbekwaamheid leidinggevende
Appellant vroeg een vergunning aan voor taxivervoer waarbij de vakbekwaamheid binnen de onderneming zou worden ingebracht door procuratiehouder B. Verweerder wees de aanvraag af omdat B niet permanent en daadwerkelijk leiding geeft aan de onderneming, wat een vereiste is volgens de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat B, ondanks werkzaamheden bij een centrale en eigen onderneming, wel degelijk continu betrokken is en leiding geeft. Tijdens de zitting verscheen appellant niet. Het College oordeelde dat uit de stukken en het onderzoek blijkt dat B slechts een adviserende rol vervult en dat de feitelijke leiding bij appellant zelf ligt. Bovendien werkt B ook 50 uur per week elders, waardoor geen continue betrokkenheid aannemelijk is.
Het College benadrukte dat telefonische bereikbaarheid onvoldoende is om permanente leiding te garanderen. Ook de later ingediende functieomschrijving was niet tijdig overgelegd en kon daarom niet worden meegewogen. Gezien deze omstandigheden is het beroep ongegrond verklaard en blijft de afwijzing van de vergunning in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de taxivervoervergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende permanente en daadwerkelijke leiding door de vakbekwame persoon.