ECLI:NL:CBB:2003:AO0678
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag grote projectentoeslag na splitsing fiscale eenheid
Appellante, Westland-Utrecht Hypotheekbank N.V., diende een aanvraag in voor een grote projectentoeslag op grond van de Wet op de Investeringsrekening (WIR) met betrekking tot het project Holendrecht Centre. Na jarenlange correspondentie en een eerdere uitspraak, besloot verweerder alsnog op het bezwaarschrift en wees de aanvraag af omdat appellante niet langer als investeerder kon worden aangemerkt na het verlaten van de fiscale eenheid door Holendrecht Toren I B.V.
Het geschil draaide om de vraag of appellante, na de splitsing van de fiscale eenheid en overdracht van activa, nog aanspraak kon maken op de toeslag. Het College stelde vast dat de aanspraak op de toeslag overgaat op de onderneming die het betrokken bedrijfsmiddel bezit na splitsing, en dat appellante vanaf 1 januari 1983 niet meer als investeerder kon worden beschouwd.
Hoewel het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd was, oordeelde het College dat de rechtsgevolgen in stand moesten blijven. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen gehandhaafd. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand, met een proceskostenvergoeding aan appellante.