ECLI:NL:CBB:2003:AO0681
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning taxivervoer wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant had een vergunning voor taxivervoer verkregen op basis van een overgangsregeling die stelde dat vakbekwaamheid vóór 1 juli 2001 moest worden aangetoond. Ondanks uitstel en waarschuwingen voldeed appellant niet tijdig aan de eis van vakbekwaamheid, doordat hij niet beschikte over de vereiste diploma's Algemene Ondernemers Vaardigheden (AOV) en Branchegerichte Ondernemers Vaardigheden (BOV).
Verweerder heeft de vergunning ingetrokken met ingang van 11 juni 2002, nadat appellant niet aan de gestelde voorwaarden voldeed. Appellant voerde aan dat onduidelijkheid bestond over de AOV-opleiding en dat hij uitstel wenste, maar het College oordeelde dat verweerder voldoende tijd en waarschuwing had gegeven en dat het belang van de vakbekwaamheidseis zwaarwegend is.
Het beroep tegen de intrekking is daarom ongegrond verklaard. Het staat appellant vrij om na het behalen van de vereiste diploma's opnieuw een vergunning aan te vragen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard.