ECLI:NL:CBB:2003:AO1012
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunningaanvraag taxivervoer wegens onvoldoende vakbekwaamheid leidinggevende
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een vergunning tot het verrichten van taxivervoer, waarbij de vakbekwaamheid binnen de onderneming zou worden ingebracht door een procuratiehouder, B. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet voldaan werd aan de eis van permanent en daadwerkelijk leidinggeven door de vakbekwame persoon, zoals vereist in de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing en voerde onder meer aan dat de beleidsregel waarop verweerder zich baseerde niet tijdig kenbaar was gemaakt en dat de taakverdeling binnen de onderneming zou wijzigen doordat andere taxiondernemingen uit de procuratieovereenkomst waren gestapt. Tijdens de zitting stelde B dat hij onder dezelfde voorwaarden vakbekwaam leidinggevende was in een andere onderneming.
Het College oordeelde dat het wettelijk stelsel niet uitsluit dat een procuratiehouder vakbekwaamheid kan inbrengen, mits deze permanent en daadwerkelijk leiding geeft. Verweerder mocht echter kritisch toetsen of de taakomschrijving aannemelijk was. Uit de stukken bleek dat B vooral een adviserende en controlerende rol vervulde, terwijl de feitelijke leiding bij appellant lag. De eerdere acceptatie van B als vakbekwaam leidinggevende in een andere onderneming leidde niet tot een ander oordeel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling. De vakbekwaamheid binnen appellants onderneming kon niet door B worden ingevuld, zodat appellant zelf vakbekwaam moest zijn.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de vakbekwaamheid niet permanent en daadwerkelijk door de procuratiehouder wordt ingebracht.